|
Beleggen - Artikels |
Diversificatie: een geluk of een ongeluk?
Het zijn woorden die elke belegger met de paplepel binnenkrijgt: Diversifiëren - Diversificatie - Diversifiëer. Je kan er niet buiten, want het beperkt je risico, maar welke voor- en nadelen zijn er nog aan verbonden? Is diversificatie altijd nuttig?Diversificatie is het sprijden van je geld over verschillende investeringen. Ofwel: "Niet al je eieren in één nest leggen." Je kan een deel beleggen in vastgoed, een ander deel in obligaties, bankrekeningen, aandelen of zelfs opties en andere derivaten. In die categorieën kan je ook weer diversifiëren: bijvoorbeeld niet enkel huizen kopen in België, maar ook in Nederland. Niet enkel energieaandelen kopen, maar ook technologieaandelen, enz.
De gedachte is dat als het in één van die onderdelen slecht gaat, dit een kleine invloed heeft op je totale beleggingen. Zo is het een goede manier om het risico te beperken voor de beginnende belegger.
Maar het omgekeerde is ook waar: als het in één van die onderdelen heel goed gaat, dan merk je er in je totale portfolio van beleggingen weinig van.
Als je in 25 aandelen bent belegd, dan is het bijvoorbeeld raadzaam om dit af te bouwen: 25 bedrijven kan je toch niet allemaal even goed in het oog houden. Je bent dan overgediversifiëerd en kan nog slechts gemiddelde resultaten behalen.
Je moet dus een gulden middenweg vinden, en die ligt voor iedereen anders. Bekijk je vroegere rendementen eens en vraag je af of je meer of minder winst zou behaald hebben indien je minder gediversifiëerd was.




